Twee soorten vezels
Er zijn twee soorten vezels: oplosbare (fermenteerbare) vezels en onoplosbare vezels (niet-fermenteerbare vezels).
Oplosbare vezels (fermenteerbare vezels)
Dit zijn vezels die in water oplossen. Ze worden in de dikke darm door bacteriën afgebroken in een proces dat fermentatie wordt genoemd. Wanneer ze water opnemen, veranderen ze in een soort slijm. Dit maakt de ontlasting zachter en helpt deze gemakkelijker door de darmen te bewegen. Tijdens de fermentatie ontstaan korte-keten vetzuren, waardoor oplosbare vezels ook een kleine hoeveelheid energie aan het lichaam leveren, ongeveer 2 kilocalorieën per gram vezel.
Je vindt oplosbare vezels in voedingsmiddelen zoals groenten, fruit, aardappelen, peulvruchten en sojabonen.
Soms worden oplosbare vezels, zoals pectine en inuline, ook wel prebiotica genoemd.
Onoplosbare vezels (niet-fermenteerbare vezels)
Deze vezels lossen niet op in water. In plaats daarvan nemen ze water op, een beetje zoals een spons. Dit helpt om de ontlasting volume te geven, het maakt het steviger. Onoplosbare vezels verlaten het lichaam grotendeels zonder dat ze afgebroken worden: ze blijven onveranderd en leveren geen energie aan het lichaam. Je vindt onoplosbare vezels in voedingsmiddelen zoals volkoren graanproducten en groenten.
Beide soorten vezels, oplosbare en onoplosbare, hebben een andere functie en zijn beide belangrijk voor een goede spijsvertering. Het is dan ook een goed idee om ze allebei zorgvuldig in je voeding op te nemen. Als je voldoende groenten, fruit en noten eet, krijg je doorgaans voldoende vezels binnen. Toch blijkt uit onderzoek dat 90% van de Nederlanders niet voldoende vezels binnenkrijgen.
Waar zitten er veel voedingsvezels in?
Veel mensen in Nederland komen niet meer aan de dagelijks aanbevolen hoeveelheid vezels. In bewerkt voedsel, uit kant-en-klaar-maaltijden of blikgroenten zitten minder vezels dan de verse variant. Ook bevat witbrood veel minder vezels dan volkoren. Dat geldt trouwens niet alleen voor brood, maar ook voor rijst en pasta.
Oplosbare vezels vind je onder andere in:
- Ontbijtgranen (volkoren). Volkoren granen bevatten zowel oplosbare als onoplosbare vezels. De oplosbare vezels in volkoren granen zoals havermout, komen voornamelijk uit beta-glucanen. Béta-glucaan is goed voor je cholesterol.
- Gerst. Ook hier zijn de vezels vooral beta-glucanen. Wanneer je een maaltijd eet met bètaglucanen vanuit gerst (of haver) helpt dat de bloedsuikerstijging na een maaltijd te verminderen.
- Peulvruchten. Vooral bonen en linzen. Zwarte bonen bevatten bijvoorbeeld pectine. Pectine helpt ook een de bloedsuikerspiegel na iets eten te verkleinen. Naast pectine bevatten peulvruchten ook andere oplosbare vezels zoals galactomannanen.
- Appels. Ook appels bevatten pectine, vooral de schil.
- Citrusvruchten. Ook hier is pectine aanwezig. Het zit vooral in de witte velletjes (die er dus niet afhalen! :) ).
- Wortelen en zoete aardappelen. Deze bevatten zowel oplosbare als onoplosbare vezels.
- Psyllium. Ook psyllium heeft zowel oplosbare als onoplosbare vezels. Samen met water vormt psyllium een gel: het bindt het water waardoor de ontlasting zachter wordt en de darmfunctie wordt ondersteund.
Onoplosbare vezels vind je onder andere in:
- Volkoren meel. Volkoren meel bevat zowel oplosbare als onoplosbare vezels. De onoplosbare vezels in volkoren meel komen voornamelijk uit cellulose en hemicellulose.
- Noten, bijvoorbeeld amandelen en pijnboompitten.
- Bonen, zoals zwarte bonen en kidneybonen. Bevatten zowel oplosbare als onoplosbare vezels (voornamelijk cellulose).
- Erwten. Erwten bevatten zowel oplosbare als onoplosbare vezels, met een iets hoger gehalte aan onoplosbare vezels.
- Bloemkool. Bij het koken kunnen oplosbare vezels uit bloemkool oplossen in het kookwater of verloren gaan wanneer het kookwater wordt weggegooid. De onoplosbare vezels, zoals cellulose, blijven overigens grotendeels intact.
- Sperziebonen. Sperziebonen bevatten een mix van oplosbare en onoplosbare vezels. Koken verandert de structuur van de vezels, ze worden zachter en makkelijker te verwerken voor de spijsvertering. Bovendien breekt koken de giftige lectinen af, waarna sperziebonen veilig zijn om te eten. Wil je zowel van de onoplosbare als de oplosbare vezels profiteren? Stoom dan je sperziebonen, zo voorkom je dat ze weglekken met het kookwater.
- Aardappelen. Aardappelen zijn rijk aan onoplosbare vezels. Wist je dat de vezels vooral in de schil zitten? Stomen of roosteren met schil (en bio!) verzekeren je van de meeste vezels.